13 oktober 2013

Alkmaarse oorlogsslachtoffers: Gezin Frankenberg/Wolf

13 oktober 2013
Louis Frankenberg en Cecilia Wolf zijn beiden afkomstig uit Duitsland. Louis komt op 1 januari 1876 ter wereld, Cecilia wordt geboren op 9 oktober 1875. Rond 1902 komen ze naar Alkmaar. Ze wonen achtereenvolgens aan de Langestraat en het Kennemerpark.

Louis en Cecilia krijgen twee kinderen:

- Hans Lion is geboren op 8 januari 1904. Net als zijn vader is Hans boekhandelaar, en hij neemt na diens dood de winkel over. Op 5 september 1931 trouwt Hans in Hannover met de Duitse Gertrude Klara Goldschmidt, en ze gaan in Alkmaar wonen aan de Van Everdingenstraat. In 1933 wordt er een dochter geboren, drie jaar later gevolgd door een zoon. In september 1937 verhuist het gezin naar de Juliana van Stolberglaan, in maart 1942 wonen ze aan de Emmastraat.

Hans en Gertrude worden vermoord in Sobibor. Ze reizen met het laatste transport, op 20 juli 1943, en worden bij aankomst vergast. Hun twee kinderen overleven de oorlog wel.

- Else Ada wordt op 9 augustus 1909 geboren. Op 3 mei 1932 treedt ze in Alkmaar in het huwelijk met Frans Grunwald, geboren op 5 september 1906 te Den Helder en grossier in bakkerijartikelen. Else en Frans gaan in Den Helder wonen, waar in 1933 zoon Leonard David en in 1937 dochter Jetty Cecile worden geboren.
In januari 1941 verhuizen ze naar Alkmaar en gaan inwonen bij de moeder van Else. In 1942 duiken Else, Frans en hun kinderen onder in de woning van Gjalt Veeninga aan de Boezemsingel. Het gezin wordt echter in oktober 1943 gearresteerd. Ze worden eerst naar de Hollandsche Schouwburg gebracht en vervolgens naar Westerbork. Op 8 februari gaan Else, Frans en de kinderen op transport naar Auschwitz. Moeder en de kinderen worden gelijk bij aankomst vergast, Frans overlijdt in april van dat jaar in Birkenau.

In mei van dit jaar kwam overigens naar buiten dat een medewerker van Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort brieven van de joodse families Drukker en Grunwald uit WOII heeft gevonden. De brieven werden geschreven in Westerbork.
------
Vader Louis had, zoals ik al eerder meldde, een kantoorboekhandel aan de Langestraat. In de Joodse gemeente van Alkmaar was hij een markant figuur. Hij deed veel aan sociaal werk en bezocht gevangenen in de Krocht en hielp ze in materiële en sociale zin om na het vrijkomen weer in de maatschappij te fungeren.

In januari 1936 overlijdt Louis, 60 jaar jong. In de Alkmaarsche Courant van 24 januari 1936 vond ik onderstaand bericht.

L. Frankenberg †

Hedennacht overleed, alhier, na een langdurige ziekte, in den leeftijd van 60 jaar de heer L. Frankenberg, stichter van de bekende kantoorboekhandel van dien naam alhier.

Ongetwijfeld zullen velen met deelneming van dit overlijden kennis nemen.

De heer Frankenberg, die zich voor een dertigtal jaren in Alkmaar vestigde, heeft zich n.l. al die jaren doen kennen als een humaan burger, die meeleefde met hen die in nood verkeerden. Hij vroeg dan nimmer naar richting of geloof, zag in ieder de mensch en aan velen die in nood verkeerden bracht hij een weinig zon.

In het openbare leven bemoeide de heer Frankenberg zich dan ook uitsluitend met die organisaties welke zich op humanitair terrein bewogen. Vele jaren was hij lid van het afdeelingsbestuur van Het Centraal Genootschap voor het uitzenden van kinderen naar Vacantiekolonies, alsmede  van het Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen en tot zijn dood was hij lid van den Alkmaarschen Voogdijraad.

Dat hij zich door zijn werk een plaats veroverd heeft in de harten van de bevolking komt wel tot uiting in het onderstaande stukje, dat wij van een onzer lezers ontvingen en dat wij hier gaarne met instemming plaatsen.

"Frankenberg is overleden; Frankenberg is niet meer. Wie heeft hem niet gekend, de kleine eenvoudige mensch, die niemand in zijn leven kwaad zou kunnen doen en in alles, wat het leven gaf, het mooie zag. Hij voelde als mensch, zooals er maar weinigen zijn. Geen man van woorden, maar een man van stille daden. De gave van het geven is niet aan ieder geschonken; Daarvoor moet men fijnen tact bezitten, moet men goedheid hebben in zijn hart. En zooals de oude met hun spreekwoord zeiden: "Het hart moet geven, niet de beurs." Zoo was het bij Frankenberg. Voor iedereen had hij wat over, welke religie men ook beleed. En wat deed hij graag goed voor een ander en wat konden zijn oogen glinsteren als hij zijn dankbaarheid uitsprak over diegenen, die ook goed voor hem waren! Frannkenberg was een figuur, die niets zei en die zooveel deed en die zoo hoog stond in de oogen van hen, die het geluk mogen hebben hem van nabij te leeren kennen. Hoevelen zullen hem missen, die nooit tevergeefs zijn hulp inriepen. Moge zijn groote goedheid, hoog in wezen, hoog in denken, hoog in doen jegens het menschdom voor velen een voorbeeld zijn: Hij ruste in vrede."

Het stoffelijk overschot van de heer Frankenberg wordt Maandag om 11 uur vanaf het sterfhuis op de Israelitische begraafplats ter aarde besteld.


In maart 1942 woont het gezin van dochter Else bij Cecilia. Als Else, haar man en kinderen gaan onderduiken, gaat zij niet mee. Cecilia moet, net als de andere Joden, Alkmaar verlaten en gaat in Amsterdam wonen aan de Okeghemstraat. Haar zoon Hans en diens vrouw Gertrude wonen ook in Amsterdam, aan de Eendrachtstraat 5.

Wanneer Cecilia, haar zoon en schoondochter zijn opgepakt en naar Westerbork zijn afgevoerd is niet zeker. De kans is groot dat dit op 20 juli 1943 gebeurde, in Amsterdam Zuid en een deel van Amsterdam Oost vond toen een grote razzia plaats. Er werden op die dag 5.500 Joden opgepakt en weggevoerd naar Westerbork. Op 20 juli 1943 wordt Cecilia samen met Hans en Gertrude naar Sobibor afgevoerd. Net als Hans en Gertrude wordt Cecilia bij aankomst vergast.

Bronnen

Archief Alkmaar
Archieven.nl
Joods Monument
Geheugenvanplanzuid.nl
Koninklijke Bibliotheek

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
 
◄ ►