18 augustus 2013

Alkmaarse oorlogslachtoffers: De Junyo Maru

18 augustus 2013
Eén van de grootste scheepsrampen in de geschiedenis was het zinken van het Japanse vrachtschip Junyo Maru op 18 september 1944. Onder de ongeveer 5.600 doden (hier een onvolledige lijst met de namen) bevonden zich ook drie in Alkmaar geboren mannen.

De Junyo Maru was onderweg van Java naar Sumatra. Aan boord waren naast de bemanning 2.300 Amerikaanse, Australische, Britse en Nederlandse krijgsgevangenen en 4.200 Javaanse werkslaven. Zij moesten gaan werken aan de de 220 kilometer lange Pekanbaru-spoorweg tussen Pekanbaru en Muaro.

Het schip vertrok op 16 september 1944 uit de haven van Batavia. Aan boord van de Junyo Maru, die overigens werd geëscorteerd door twee Japanse korvetten, braken door de hitte en de viezigheid, verschillende ziektes uit. Er was wel wat water aan boord maar dat was voor de Japanners die de reis begeleidden. Hierdoor ging de gezondheid van de gevangenen hard achteruit.

Op 18 september vuurde de Tradewind, een Britse onderzeeboot die als opdracht had Japanse vrachtschepen te torpederen, vier torpedo's af op de Junyo Maro. Twee daarvan troffen het Japanse schip. Enkele minuten later werden vanaf de Japanse begeleidingsschepen drie dieptebommen in het water gegooid maar toen was de Tradewind al weer ondergedoken. 

Overigens, en dat is wel belangrijk om te weten, had de commandant van de Tradewind, Mayon, een dag voor de aanval geconstateerd dat de high power periscoop en de radar defect waren. Besloten werd om nog een dag te patrouilleren bij de zuidwestkust van Sumatra. De Tradewind kon dus niet zien hoe zwaar bewapend de begeleidende schepen van de Junyo Maru waren en of er ook vliegtuigen aanwezig waren.

Daarnaast schreef  de Conventie van Genève voor dat schepen die krijgsgevangenen vervoerden zichtbaar een rood kruis moesten tonen op het schip. De Japanners hielden zich daar echter nauwelijks aan en dus ook op de Junyo Maru was er geen rood kruis zichtbaar.

Na de explosies op het schip sprongen veel opvarenden in zee, ook al konden ze niet zwemmen. Veel opvarenden konden zich redden door zich aan vlotten vast te houden. Zo'n twintig minuten na de inslagen zonk de Junyo Maro. Zo'n 900 man overleefden de ramp uiteindelijk. Zij werden als slaven ingezet bij de aanleg van de 220 kilometer lange spoorlijn tussen Pekanbaru en Muaro, het doel waarvoor ze ook aan boord waren.

De Alkmaarse doden

Carl Ferdinand Kohnert wordt op 12 februari 1915 geboren als zoon van Carl Ferdinand David Kohnert en Catholina Stoffelina van Es. Hij heeft twee oudere zussen, een jongere zus en een jongere broer. Zijn oudste zus overlijdt overigens al op jonge leeftijd. Het gezin Kohnert woont in Alkmaar onder meer aan de Stationsweg. Carl Ferdinand was militair, vijfde machinist bij de koopvaardij, en dat was dan ook de reden dat hij in het Verre Oosten was.

Gerardus Johannes Narold wordt op 9 december 1894 geboren als oudste kind van Jan Narold en Elisabeth Span. Net als Carl was ook Gerardus militair, luitenant-sergeant bij de KNIL. Volgens zijn Japanse interneringskaart (zie hieronder) was zijn beroep boekhouder bij een autofirma. Een zus van hem woont in Soerabaya. Volgens nog niet door mij geverifieerde berichten was Gerardus getrouwd en had hij kinderen.
Nicolaas Johannes Wortel wordt geboren op 2 juni 1902 als zoon van Pieter Wortel en Alida de Jong. Het gezin woont aan de Geesterweg. Als hij gevangen wordt genomen door de Japanners zit Nicolaas Johannes bij de KNIL waar hij fuselier is.

Voor de familie Wortel was het een droevige tijd. Niet lang voordat ze kennis kregen van het overlijden van Nicolaas kregen ze al te horen dat Johanna Pieternella Wortel, zus van Nicolaas, om het leven was gekomen in het Japanse vrouwenkamp Bangkinang op 21 juli 1944.

Johanna Pieternella wordt op 18 november 1899 geboren. Op 28 december 1921 trouwt ze aldaar met onderwijzer Hendrik Anthonius Willebaldus Nijssen. Ze wonen samen met pleegdochter Maria Theodora van der Nouland aan de Westerweg 12. In 1937 vertrekt het drietal naar Batavia met het schip M.S. Sibajak. Wat er naderhand van de pleegdochter en de echtgenoot van Johanna Pieternella is geworden, is mij niet bekend.

Zowel van Nicolaas als van Carl Ferdinand heb ik een overlijdensadvertentie gevonden. Van Gerardus vooralsnog niets.

Bronnen

Archief Alkmaar
Stichting dodenakkers
Andere Tijden
Ga het Na

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
 
◄ ►