27 mei 2013

Jacobdina Grashuis, gynaecoloog in Groningen

27 mei 2013
Jacobdina Grashuis wordt op 24 januari 1886 geboren in Usquert als dochter van Mechiel Grashuis en Trientje Veerkamp. Nadat ze in 1906 met succes de HBS heeft voltooid, gaat ze een studie geneeskunde doen die ze in 1913 afsluit nadat ze het artsexamen behaalt. In datzelfde jaar wordt ze assistent van gynaecoloog H.C. Nijhoff in Groningen. Vanaf 1917 wordt ze zelfs hoofdassistent en ze vestigde zich ook in dat jaar als zelfstandig gynaecoloog in Groningen.

Jacobdina wordt naar eigen zeggen in haar praktijk in de beginfase geconfronteerd met "op vooroordeel berustende moeilijkheden" die ze echter door 'kalmte en rust' weet te overwinnen. (Bron)

Overigens gaf ze ook les in kraamverpleging aan verpleegkundigen in het Diaconessenhuis.

Jacobdina, die nooit trouwt, overlijdt op 13 februari 1942 in Groningen. In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 februari 1942 staat onderstaand lange bericht over haar begrafenis.

Begrafenis dokter J. Grashuis

Op de begraafplaats Esserveld te Groningen is gistermiddag ter aarde besteld het stoffelijk overschot van mejuffrouw Jacobdina Grashuis, in leven vrouwenarts te Groningen. Zeer velen hebben de overledene de laatste eer bewezen, onder wie tal van Groninger artsen, zusters van het Diakonessenhuis en een groot aantal patiënten.

Nadat de kist in de aula was gedragen heeft als eerste spreker het woord gevoerd de heer R. Boerema, rustend arts te dezer stede, die als vriend dit deed op verzoek van de overledene. Spr. zei in de bloemen, welke de kist dekten, stille getuigen van vriendschap en dankbaarheid jegens de doode te zien. Ook de aanwezigheid van vele vrouwen en moeders getuigt van de groote plaats, welke dokter Grashuis in de harten van haar patiënten innam. Gij zult haar niet vergeten, zoo zei spreker.

Met de hoofden van de verplegingsinrichtingen en met de zusters, zoo ging spr. voort, heeft de ontslapene steeds in vrede en vriendschap samengewerkt. Het Diakonessenhuis was haar huis, daar voelde zij zich thuis en ook de zusters zullen haar zeker niet vergeten.

Een Duitsche zegswijze luidt: "Man lernst nur von dem, den man liebt." Zoo is het ook hier. Zij was dankbaar jegens de zusters, die haar hebben verpleegd. Zij dacht steeds met een dankbaar hart aan haar collega's, die haar hebben behandeld. Veel heeft zij voor haar patiënten gedaan en beteekend. Haar laatste harteklop heeft zij aan deze patiënten weggegeven.

Tot de familie zei spr.: Toen vader overleed, was zij het centrum van de familie. Zij volgde hem onmiddellijk op. Haar huis was uw huis en de vacantie wilde zij steeds ten uwent doorbrengen om in den familiekring, die haar zoo lief was, te  zijn. Zij was altijd bereid te helpen in woord en daad. Vooral met de daad, want in woorden was zij karig. Ze verblijdde zich als het de familie goed ging en nimmer is aan de poorten van haar gemoed een kwaad woord ontvloden. Altijd stond ze het groote voor. Gehoorzaamheid, eerlijkheid, plichtsbetrachting en soberheid namen bij haar de eerste plaats in. 

Zij is thans heengegaan in den herfst des levens. In den herfst, wanneer men de vruchten plukt van het in den zomer gezaaide, om deze vruchten in den winter te gebruiken. Helaas heeft zij dien winter niet meer mogen beleven. Wij nemen thans afscheid van haar stof, doch haar geest zal bij ons blijven. Dan brengt de gedachte ons tot gevoelens van een hoogere orde. En dan raken we de ragfijne gevoelens van het hart. Zij had een fijn levensgevoel, was religieus tot in het diepst van haar hart. dan komt de vraag bij ons op: waarom, waarvoor is zij van ons heengegaan?

Van de stof en de energie, waaruit de kosmos is samengesteld, gaat niets verloren. Zal dan de geest, die sterker is dan het lichaam, die heerscht over den wil, zal die dan in het ijle niet verdwijnen, terwijl de stof blijft bestaan? Neen, aldus besloot spr., dit zou onlogisch zijn. Daarom vragen wij aan U, o God, neem haar in Uw Genade aan, opdat zij de rust vinde die zij zoo zeer heeft verdiend.
 
Namens het bestuur van het Diakonessenhuis, de zusters en de dokters werd vervolgens gesproken door den heer G.J. Boissevain. In het jaar 1928, aldus spr., hadden we het geluk dokter Grashuis aan ons Huis te verbinden en werd zij bereid gevonden de lessen op haar gebied aan de zusters te geven. Ieder wist, wat men aan haar had. Zij was een voortrefgelijk gyneacoloog. Zij was oprecht van karakter en nimmer aarzelende zij hulp te geven waar die van haar werd verlangd.

Gedecideerdheid was een kenmerk van haar en bij haar patienten vond zij veel vertrouwen. Hoewel uiterlijk dikwijls onbewogen, klopte innerlijk toch een warm hart. Toen nauwelijks een jaar geleden de symptonen van haar ziekte zich openbaarden, heeft zij haar praktijk neergelegd. Spr. noemde het een voorrecht van het Diakonessenhuis dat het, door voor haar verpleging te zorgen, iets van de vrienschap, welke zij het Huis schonk, heeft kunnen teruggeven. In dnakbaarheid, aldus besloot spr., kijken wij thans op naar God. Die haar de rust moge geven, die haar toekomt. 

Hierna sprak dokter  A.H.J. Wind, die zei, dat Groningen in dokter Grashuis iemand verliest, die tientallen jaren haar hoogstaande capaciteiten in dienst van anderen heeft gesteld. Zij heeft in haar praktijk haar talrijke patiënten met kundigheid behandeld, waardoor er tusschen haar en de patiënten een vertrouwensband is ontstaan. Behalve een goed medica was zij ook een zeer gewaardeerd collega. Nieuwelingen, aldus spr., hebben ondervonden, hoe zij alles in het werk stelde,om hen inderdaad te doen slagen. Volgaarne was zij steeds bereid om het wel en wee van de gynaecologische praktijk te bespreken. Men moet bewondering hebben, aldus besloot spr., voor de gelaten, blijmoedige wijze, waarop zij haar ziekte heeft gedragen. Dat zij ruste in vrede!

Als laatste spr. werd hierna een kort woord gesproken door den heer B. Noordhoff, oud-vrouwenarts te Groningen, die er op wees, dat de overledene aan den strijd, welken de vrouwenbeweging heeft gevoerd om studierecht voor de vrouw te verkrijgen, niet heeft deelgenomen, omdat zij toen reeds arts was. Zij heeft jegens die voorstrijders geen dankbaarheid kunnen toonen, hoewel zij de eerste is geweest, die bewezen heeft, dat de vrouwenbeweging recht van bestaan heeft. Zij was. een collega. die van anderen tot voorbeeld kon worden gesteld en is helaas te vroeg heengegaan. In haar leven, aldus besloot spr., heeft zij geen rust willen nemen, late deze rust haar thans gegeven zijn.

Nadat dr. M.A. Beek in gebed was voorgegaan, werd het stoffelijk overschot naar de laatste rustplaats gedragen, waar het onder doodsche stilte in de groeve werd neergelaten.

Een broer van de overledene dankte namens de familie voor de eer aan de overledene bewezen.   

0 reacties:

Een reactie posten

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
 
◄ ►