15 februari 2013

Waldemar Torenstra in Verborgen Verleden

15 februari 2013
Morgen is er weer een aflevering van Verborgen Verleden te zien. Acteur Waldemar Torenstra gaat ditmaal op zoek naar zijn voorouders. Tijdens zijn zoektocht in binnen- en buitenland stuit hij op zoveel ongelooflijke verhalen dat er een complete tv-serie van gemaakt had kunnen worden. In verschillende periodes in de Nederlandse geschiedenis blijken de voorouders van Waldemar een zeer belangrijke rol gespeeld te hebben.

Overigens was Sophie Hilbrand, de vriendin van Waldemar, vorig jaar te zien in Verborgen Verleden.

Verborgen Verleden begint morgenavond om kwart over acht op Nederland 2.

9 reacties:

Anoniem zei

Heel byzonder dat Waldemar Torenstra oog in oog kwam te staan met zijn verborgen deels Indische verleden en uiteraard de ontdekking dat hij in direkte lijn afstamt van Willem de Zwijger!! Heel invoelbaar was zijn reactie op deze genealogische ontdekkingen aangezien mijn familie al langer geleden ontdekten af te stammen van Godert Alexander Gerard Philip baron van der Capellen, Gouverneur-generaal van Nederlands-Indie (1815-1826). Godert van der Capellen was getrouwd met Jakoba barones van Tuyll van Serooskerken (van Zuilen). Dit huwelijk bleef kinderloos. In Indie had Godert een langdurige relatie met de adellijke Javaanse Zaiem. Zijn uit deze relatie geboren bastaardzoon heeft hij erkend. Hieruit is het Indo-Europeesche bastaardgeslacht Van der Zaiemsz voorgekomen waarvan wij telgen zijn. Heel byzonder voor ons was de ontdekking dat het pre-feodale geslacht Van der Capellen afstamt o.a. van Karel de Grote. We zijn aan Waldemar Torenstra (ver)aanverwant via Godart van Reede wiens vader Adriaan van Reede getrouwd was met Lucia Ghoor. Lucia van Ghoor komt in onze stamreeks voor en is een regelrechte afstammeling van Karel de Grote.
Zie voor onze afstamming de websites:
www.kareldegrote.nl Mulder Reeks 206
www.kareldegrote-vandercapellen.nl Reeks II
Dit wilde ik u graag laten weten.
Met vriendelijke groet, Max Mulder

Anoniem zei

Dat de Indische familie Van der Zaiemsz, zoals de heer Mulder betoogt, zou afstammen van gouverneur-generaal Van der Capellen (en Karel de Grote), is m.i. volstrekt onbewezen en ook zeer onwaarschijnlijk. Zie hiervoor: Roel de Neve, 'Karel de Grote en Nederlandsch-Indië. Wahrheit und Dichtung in een afstammingsreeks', Genealogie Tijdschrift voor Familiegeschiedenis 19 (2013, nr. 1) 12-16; alsmede de reactie daarop van de heer Mulder in: Genealogie. Tijdschrift voor Familiefgeschiedenis 19 (2013, nr. 2) 7. Zie voor genealogische gegevens betreffende de familie Van der Zaiemsz: R.G. de Neve, 'Genealogie van de nakomelingen van de Javaan Sa'Im, alias Alexander Martinus van der Zaiemsz', Asal Oesoel 2 (2013, nr. 1) 1-2. Deze publicatie is in pdf-format via de website van de Indische Genealogische Vereniging (www.igv.nl) te downloaden.

Roel de Neve.

Anoniem zei

De stamvader van het geslacht van der Zaiëmsz was de (Indo)Europeaan Alexander Martinus van der Zaiëmsz, de buitenechtelijke zoon van Godert van der Capellen. Hij heeft zijn eerste levensjaren (ca. 1818-1825) doorgebracht bij een eerzaam Preangerman onder toezicht van de broer van de gouverneur-generaal, Robert Lieve Jasper, van 1820-1825 resident van de Preanger Regentschappen.
Dat deze Sa'im volgens De Neve een volbloed inlander was, als Europeaan door de resident in de Burgerlijke Stand voor Europeanen ingeschreven en dus geen buitenechtelijke zoon van de gouverneur-generaal was, houdt geen stand aangezien volbloed inlanders de Europese status niet konden verkrijgen.
In Indië kwamen twee juridische categorieën voor: inlands en Europees. De Europese status kon verkregen worden als buitenhuwelijkse kinderen van gemengde afkomst door de Europese vader geadopteerd/erkend werden.
Volgens De Neve werd deze inlander Sa'im als Europeaan door de resident ingeschreven omdat deze jongen over kwaliteiten beschikte die hem geschikt maakte voor een overheidsfunctie.
Als begunstigde werd het statusverhogende voorvoegsel Van Der bij zijn naam gevoegd.
Deze door de heer de Neve geschetste gang van zaken is ongeloofwaardig.
De staat van dienst van onze voorvader levert overigens juist het bewijs op dat hij niet over speciale kwaliteiten beschikte.
Onze voorvader kan niet door de resident in de Burgerlijke Stand zijn ingeschreven omdat deze pas eind 1828 werd ingevoerd en de resident begin 1826 voorgoed terugkeerde naar Nederland. Er is hier dus sprake van adoptie/erkenning bij notariële akte van Alexander Martinus omdat hij zonder een Europese status in de inlandse samenleving was opgegaan. Zonder dit document kon hij niet samen met zijn oom Robert Lieve Jasper in 1826 naar Nederland afreizen zoals dit gebeurd zou zijn.
Bij zijn terugkeer uit Nederland, heeft hij zich op basis van deze notariële akte in de Burgerlijke Stand laten inschrijven omdat wij hem in 1839 voor het eerst in de Naamlijst tegenkomen als Europese inwoner van Buitenzorg.
Dat blijkbaar pas sinds 1848 natuurlijke kinderen wettelijk erkend konden worden doet hier niets aan af aangezien zijn Europese status, in welke vorm dan ook, vastgelegd werd bij notariële akte.
Het onderbouwende bewijs -bij gebrek aan dit document- van onze afstamming blijkt uit het volgende:
-Alexander Martinus vernoemde zijn oudste zoon naar zijn vader Godert Alexander Gerard van der Capellen en niet naar Robert Lieve Jasper.
-De -sz- op het einde van de naam Zaiëmsz houdt een verwijzing in naar de naam van zijn inlandse moeder Saiëm en niet naar zijn eigen naam Sa'im. De naamsuitgang -sz- staat voor 's-zoon of zoon van, in dit geval zoon van Saiëm.
-Het voorvoegsel Van Der is een verwijzing naar zijn afkomst uit het geslacht van der Capellen.
-De voornaam Alexander, was een vernoeming naar de vader van Godert van der Capellen, Alexander, waardoor de sedert 1592 voorkomende alternerende naamgeving in het geslacht van der Capellen gecontinueerd werd. Alexander Martinus was de enige nazaat van de gouverneur-generaal die zijn bloedlijn voortzette.
Zijn tweede naam Martinus was een verwijzing naar de naamdag van de heilige Martinus, 11 november, de dag waarop hij werd geboren in ca. 1818.
-Alexander Martinus vernoemde een andere zoon, Willem Robert Frederik Eugenius, naar de twee broers en zuster van zijn vader, Willem en Robert en Frederika. Hij was dus goed op de hoogte van de familiesamenstelling binnen het geslacht van der Capellen.

Dat onze voorvader de volbloed inlander Sa'im was, is gezien het vorenstaande onmogelijk.

M.J.A.M. Mulder

Anoniem zei

De reactie van de heer Mulder van 22 juli j.l. mag niet onweersproken blijven.

Het probleem met zijn redeneringen – en jammer genoeg wil of kan hij dat niet inzien – is, dat uit de lucht gegrepen veronderstellingen door hem worden gepresenteerd als vaststaande en bewezen feiten, die dan vervolgens als zogenaamd bewijs dienen voor zijn veronderstellingen (zie in zijn bovengenoemde reactie (a) gehele 1e alinea; (b) 7e alinea: 'Er is hier dus sprake van adoptie/erkenning bij notariële akte van Alexander Martinus'; (c) 8e alinea: 'Bij zijn terugkeer uit Nederland, heeft hij zich op basis van deze notariële akte in de Burgerlijke Stand laten inschrijven ...'; (d) 9e alinea: '... aangezien zijn Europese status, in welke vorm dan ook, vastgelegd werd bij notariële akte'; (e) alle aan het eind van zijn reactie achter gedachtenstreepjes genoemde punten.

Anoniem zei

Het probleem met de redeneringen van de heer Mulder is, dat uit de lucht gegrepen veronderstellingen door hem worden gepresenteerd als vaststaande en bewezen feiten (zie in zijn bericht van 22 juli (a) gehele 1e alinea; (b) 7e alinea: 'Er is hier dus sprake van adoptie/erkenning bij notariële akte van Alexander Martinus'; (c) 8e alinea: 'Bij zijn terugkeer uit Nederland, heeft hij zich op basis van deze notariële akte in de Burgerlijke Stand laten inschrijven ...'; (d) 9e alinea: '... aangezien zijn Europese status, in welke vorm dan ook, vastgelegd werd bij notariële akte'; (e) alle aan het eind van zijn reactie achter gedachtenstreepjes genoemde punten.
Bovendien bevat zijn bovengenoemde reactie enkele inhoudelijke onjuistheden. Zie: (a) 2e alinea: '... aangezien volbloed inlanders de Europese status niet konden verkrijgen' (N.B.: dit ligt een stuk genuanceerder); 4e alinea: 'Volgens De Neve werd deze inlander Sa'im als Europeaan door de resident ingeschreven omdat deze jongen over kwaliteiten beschikte die hem geschikt maakte voor een overheidsfunctie' (N.B.: de heer Mulder legt mij onterechte woorden in de mond. Ik schreef in mijn artikel: 'Waarom diens broer, de resident, Sa’Im zou hebben bevoorrecht, vertelt het verhaal niet, maar Jan Breman schreef in zijn boek over de gedwongen koffieteelt op Java dat resident Van der Capellen het initiatief nam de zoons van volkshoofden ''te scholen in vaardigheden die hun bruikbaarheid voor het gouvernement zou vergroten''. Wellicht wordt diens veronderstelde relatie met de Javaan Sa’Im dus verklaard uit het feit dat Sa’Im’s potentieële geschiktheid voor de gouvernementsdienst hem in bijzonder gunstige zin was opgevallen.' Duidelijk is dat ik t.a.v dit punt niets met stelligheid heb beweerd.

Hierna de bekende feiten nog eens op een rij.
1. Tot op heden is er geen enkele directe of indirecte aanwijzing dat gg Van der Capellen een buitenechtelijke relatie en/of buitenechtelijke kinderen heeft gehad;
2. De collectie Van der Capellen in het Gelders Archief bevat geen aanwijzingen voor een relatie tussen de families Van der Capellen en Van der Zaeimsz;
3. Nederland's Adelsboek 1941 zwijgt m.b.t. eventuele onwettige kinderen van gg VdC, dit i.t.t. de natuurlijke zoon van zijn broer (resident VdC);
4. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor het bestaan van de inlandse vrouw Zaiem/Saiem;
5. De ruim 2100 akten van adoptie in de collectie Oost-Indische bronnen van het CBG leveren geen aanwijzing op voor een eventuele relatie tussen de families Van der Capellen en Van der Zaiemsz;
6. Alexander Martinus van der Zaiemsz (AMvdZ) gaf zijn oudste zoon de eerste drie voornamen van gg VdC; t.a.v. de achtergrond hiervan ontbreekt elke concrete aanwijzing;
7. De afkomst van AMvdZ is in nevelen gehuld;
8. Er is geen enkele origineel en valide document beschikbaar, waaruit die afkomst kan blijken;
9. Volgens het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië was AMvdZ een inlander genaamd Sa'Im;
10. Volgens idem zou Sa'Im door resident VdC mee naar Nederland zijn genomen na hem in de registers van de burgerlijke stands te hebben laten inschrijven als Europeaan. De schrijver van het krantenartikel hield t.a.v. dit punt door het gebruik van het woord zou dus een slag om de arm;
11. Er is geen enkele concrete aanwijzing dat AMvdZ in Nederland is geweest;
12. Over de aard van de eventuele relatie tussen resident VdC en AMvdZ is niets concreets bekend;
13. De nakomelingen van AMvdZ komen in de bs-registers voor Europeanen voor als Van der Zaimsz/Van der Zaiemsz/Van der Saiemsz; het staat niet vast dat de sz op het einde ook de oorspronkelijke schrijfwijze (Van der Saim?) is geweest.

Dit alles is meer dan voldoende reden te stoppen met het stellig beweren dat AMvdZ een bastaard was van gg VdC. Ik heb de heer Mulder dan ook geadviseerd zijn Karel-de-Grotereeks (nr. 206) in te trekken en nieuw archiefonderzoek te doen. De heer Mulder heeft erkend dat zijn ‘afstammingsverhaal’ op dit moment niet hard te maken is.

Roel de Neve.

Anoniem zei

De heer De Neve kan geen bewijzen overleggen die zijn standpunten ook maar enigszins schragen. Het zijn slechts veronderstellingen c.q. aannames, hier en daar gebaseerd op publicaties van derden.

Elk document dat gevonden wordt b.v. een inschrijving in een notaris register of een testament,kan alleen maar het bewijs opleveren van onze authentieke afstamming.

Het was daarom goed geweest als de heer de Neve kontakt met mij had opgenomen alvorens zijn artikel te publiceren. Dan had de heer de Neve b.v. aan de hand van correspondentie binnen onze families en op basis van kontakten met de oudst nog levende telgen vernomen hoe diep verankerd onze afstamming in ons familie gedachtegoed ligt.

Ook wij zijn onze voorvader niet in de archieven tegengekomen omdat de gouverneur-generaal zijn buitenechtelijke zoon nu eenmaal met succes heeft verdoezeld. Pas in 1839 komen wij hem in de Naamlijst tegen als 'Europese inwoner' van Buitenzorg: Alexander Martinus van der Zaiemsz met -sz-.
De schrijfwijze van deze naam zoals die gecreeerd werd: de eerste woorden van de familienaam van de gouverneur-generaal; 'Van Der' aangevuld met een omzetting van de voornaam van zijn inlandse moeder Saiem: Zaiemsz met -sz-; zoon van.

Het door de heer de Neve gepresenteerde 'een van horen zeggen' krantenbericht kan overigens niet al te serieus genomen worden. Dat b.v. volgens het krantenbericht onze voorvader in de Burgerlijke Stand voor Europeanen werd ingeschreven, klopt niet omdat de Burgerlijke Stand voor Europeanen op Java pas eind 1828 werd ingevoerd en de resident al begin 1826 voorgoed naar Nederland vertrok.

Dat onze in 1825 ca. 7 jaar oude voorvader -een van de 8 miljoen inlanders die destijds Java bevolkten- door de resident ontdekt en geschikt bevonden werd om later in overheidsdienst te treden en daardoor verheven werd van inlander tot Europeaan met zelfs het statusverhogende Van der Capellen voorvoegsel 'Van Der' in zijn naam, gelooft niemand. De juridische categorie indeling: Europeaan-Inlander werd in de kolonie strict gehandhaafd.

Dat wij door dit krantenbericht onze voorvader tijdens zijn jeugdjaren in de Preanger hebben ontdekt, was een byzondere gewaarwording voor ons.

Voorts is het zo dat de Redactie van de Karel de Grote website na grondige evaluatie onze reeks opgenomen heeft en zij ziet, na lezing van het artikel van de heer de Neve, geen enkele aanleiding om een ander standpunt in te nemen.

Dat onze afstamming een van de best bewaarde geheimen van Ned.-Indie blijkt te zijn, is nu wel duidelijk.

Verder verwijs ik naar onze website www.kareldegrote-vandercapellen.nl en naar Reeks 206 van www.kareldegrote.nl.

Mijn reactie in het CBG tijdschrift laat niets aan duidelijkheid over: onze afstamming van de gouverneur-generaal en Saiem staat voor ons onomstotelijk vast.

Ook namens mijn verwanten,

M.J.A.M. Mulder

Anoniem zei

Geachte heer Mulder,

In de serieuze genealogiebeoefening ligt de bewijslast bij degene die in een bepaalde casus als eerste iets poneert. U stelt dat uw voorvader Alexander Martinus van der Zaiemsz een bastaardzoon was van gouverneur-generaal Van der Capellen. U moet dus overtuigend aantonen dat uw bewering klopt of op zijn minst zeer aannemelijk is. Op basis van uw teksten kan objectief worden vastgesteld dat u daarin tot op heden niet bent geslaagd.

Voor alle duidelijkheid: ik hoef dus niet te bewijzen dat uw voorvader geen bastaard van de gouverneur-generaal was. Wel heb ik duidelijk gemaakt dat het aantal open einden (zie de 13 punten in mijn vorige bericht) te groot is om zonder deugdelijk bewijs met stelligheid de door u kennelijk zo gewenste conclusie te trekken.

Verder geeft u zelf aan dat u uw ‘voorvader niet in de archieven [bent] tegengekomen’. Hoe u dan toch met droge ogen en hardnekkig kunt blijven beweren dat hij een bastaardzoon van gouverneur-generaal Van der Capellen was, is dan ook een raadsel.

Mondelinge en/of op schrift gestelde familieverhalen als enig “bewijs” voor een afstamming zijn nu eenmaal – hoe vervelend dat voor u ook is – niet valide en dit is al helemaal het geval als degenen die de bron van die verhalen vormen niet meer leven. Zouden we dit wel accepteren, dan is binnen een mum van tijd half Nederland een afstammeling van een edelman, of nog erger een koning. U zult dus echt met meer moeten komen, anders kan uw verhaal met de beste wil van de wereld niet serieus worden genomen.

Ook het gegeven dat Alexander Martinus van der Zaiemsz zijn oudste zoon Godert Alexander Gerard (de eerste drie voornamen van de gouverneur-generaal) gaf, is als enig ‘bewijs’ onvoldoende. Zelfs beginnende genealogen weten dat je voorzichtig moet zijn met het reconstrueren van afstammingen louter op basis van naamsovereenkomsten.

Het enige dat u doet, is beweren dat uw voorvader een bastaardzoon van gouverneur-generaal Van der Capellen was en vandaar uit alles te verklaren.

Een voorbeeld. U schrijft: ‘Ook wij zijn onze voorvader niet in de archieven tegengekomen omdat de gouverneur-generaal zijn buitenechtelijke zoon nu eenmaal met succes heeft verdoezeld.’
Dat u hem niet tegen bent gekomen omdat het hele bastaardverhaal wel eens niet waar zou kunnen zijn, is een mogelijkheid waarmee u kennelijk geen rekening wenst te houden.

Ook spreekt u zichzelf tegen. U schrijft aan de ene kant: ‘Het door de heer de Neve gepresenteerde “een van horen zeggen” krantenbericht kan overigens niet al te serieus genomen worden.’ Aan de andere kant schrijft u: ‘Dat wij door dit krantenbericht onze voorvader tijdens zijn jeugdjaren in de Preanger hebben ontdekt, was een byzondere gewaarwording voor ons.’ En in een eerder bericht gaf u aan in het krantenbericht de bevestiging te zien dat uw voorvader zijn jeugd onder toezicht van de broer van de gouverneur-generaal bij een eerzaam Preangerman door bracht.
Uw verhaal wordt er dus niet geloofwaardiger op.

Dat u zwak staat blijkt ook uit het volgende citaat: ‘... aangezien zijn Europese status, in welke vorm dan ook, vastgelegd werd bij notariële akte. 
Het onderbouwende bewijs – bij gebrek aan dit document – van onze afstamming blijkt uit het volgende ...’ Hoe weet u dat de Europese status van uw voorvader is vastgelegd bij notarieële akte, terwijl dit document er niet is?

Gelet op het voorgaande bij deze opnieuw het goedbedoelde, doch dringende advies uw Karel-de-Grotereeks 206 tot nader order in te trekken en nieuw onderzoek te doen of te laten doen.

Intussen nodig ik u uit op deze blog uw bronnen, indien u die hebt, openbaar te maken.

Vriendelijke groet,

Roel de Neve.

Anoniem zei

De heer de Neve baseert zich op een 'van horen zeggen' -nogal sfeervol- koloniaal krantenbericht uit 1901, geplaatst, 40 jaar na het overlijden in 1861 van onze voorvader Alexander Martinus van der Zaiemsz, door een zekere Al. R. die, of zijn aangever, klaarblijkelijk moeite had met het geslacht van der Zaiemsz.

M.i. geen fundament op staal voor een betoog van de hand van een professioneel genealoog en wetenschapper zoals de heer de Neve er een is.

Dit krantenbericht bevat onjuistheden dan wel klopt niet aan de hand van feiten echter, het verschaft ons wel terloops cruciale informatie die nauwkeurig overeenkomt met ons afstammingsverhaal, vastgelegd niet alleen in ons collectieve geheugen maar ook bewezen door onze navorsingen in de koloniale archieven.

Voorts baseren wij ons op een bewijsvoerend document dat mijn moeder meerdere malen heeft ingezien maar tijdens de Bersiap-periode verloren is gegaan.

De door de heer de Neve in Asal Oesoel van de Indische Genealogische Vereniging geplaatste genealogie Van der Zaiemsz met de Javaan Sa'im alias Alexander Martinus Van der Zaiemsz als stamvader, een genealogie door de heer de Neve in lijn gebracht met het na 40 jaren van horen zeggen koloniale krantenbericht, is volstrekt onbewezen.

Reeks 206, geplaatst op de Karel de Grote website, blijft gehandhaafd ondanks de hardnekkige pogingen van de heer de Neve om ons te overreden om de reeks in te trekken.

Voor de bronnen betreffende onze afstamming van Godert van der Capellen en de Javaanse Saiem, verwijs ik naar www.kareldegrote-vandercapellen.nl www.kareldegrote.nl.

Omdat nu het stadium bereikt is van herhalingen van zetten, is het m.i. volstrekt zinloos om nog verder te reageren.


Mede namens mijn verwanten,

M.J.A.M. Mulder




Anoniem zei

Geachte heer Mulder,

U begrijpt het kennelijk nog niet, vandaar toch nog even een herhaling van zetten. De bewijslast in deze ligt volledig bij u en het enige dat u aan voert – ook op www.kareldegrote-vandercapellen.nl – is een ‘bewijsvoerend’ document’ dat naar u stelt verloren is gegaan en door uw moeder is ingezien.

In de serieuze genealogiebeoefening kunnen we dit echter niet – ik herhaal het nog maar eens in de hoop dat het nu wel over komt – als bewijs accepteren. Zou dit wel het geval zijn, dan kan ik u nu wijs maken dat mijn grootmoeder ooit een – inmiddels verloren gegane – notariële akte heeft ingezien waarin door een vooraanstaand lid van koninklijke hofhouding onder ede werd verklaard dat mijn overgrootvader een bastaardzoon was van de latere koning Willem III. En vervolgens kan iedereen met een dergelijk fantasieverhaal op de proppen komen en dat zouden we dan allemaal moeten geloven.

Dat u het krantenbericht enerzijds af wijst en anderzijds ziet als een bericht dat ‘nauwkeurig overeenkomt met ons afstammingsverhaal’ is niet overtuigend. Geen zinnig mens zal u in die opvatting kunnen steunen.

Verder staat uw verhaal op www.kareldegrote-vandercapellen.nl m.b.t. Van der Zaiemsz vol onbewezen veronderstellingen en aannames. Ik ga die hier niet allemaal opsommen, aangezien elke lezer die zich in deze casus heeft verdiept ze zonder moeite zal onderkennen.

U schrijft ook: ‘Bij het inzien van dit koloniale krantenartikel gingen direkt alle alarmbellen af ...’ Dat er wat bij u ging rinkelen, is terecht, maar vervolgens bleef u vasthouden aan een onbewezen familieverhaal. In plaats daarvan had u er natuurlijk beter aan gedaan zich bv. kritisch af te vragen: ‘klopt mijn afstammingsverhaal eigenlijk wel en is het aannemelijk dat gouverneur-generaal Van der Capellen bastaardkinderen heeft gehad’. Uit geen van uw teksten blijkt dat u zichzelf deze en andere vragen hebt gesteld.

Het heeft inderdaad geen zin deze discussie voort te zetten omdat u alleen nog maar in herhaling kunt vervallen en ik als antwoord daarop trouwens ook. Het enige verstandige dat u nog te doen staat (vooral ook in uw eigen belang), is mijn advies opvolgen door uw prachtig aangeklede karel-de-grotereeks voorlopig vaarwel te zeggen en eerst gedegen onderzoek te doen. U kunt daarmee laten zien dat u de genealogiebeoefening in Nederland en i.h.b. de Indische genealogiebeoefening serieus neemt en dit zal door velen worden gewaardeerd.

Vriendelijke groet,

Roel de Neve
(redacteur van De Indische Navorscher en oud-hoofdredacteur van De Nederlandsche Leeuw).

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
 
◄ ►